Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online


 

E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2015:1090
Centrale Raad van Beroep, 13-1366 ZW

Inhoudsindicatie:

Appellant heeft financieel belang bij de beslissingen ten aanzien van het recht op een WIA-uitkering aangezien appellant deze uitkering, op grond van artikel 7:21 van CAR /LAR in mindering kan brengen op de door hem (door) te betalen procentuele bezoldiging na meer dan twee jaar ziekte. Voorts heeft appellant het eigen risico voor de arbeidsongeschiktheid van zijn ambtenaren herverzekerd. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld is er daarom wel een procesbelang en was appellant in zijn beroep tegen bestreden besluit II ontvankelijk. Niet betwist is dat werknemer met deze werkzaamheden binnen de omschrijving van het functieprofiel van vakspecialist E is gebleven. Evenmin is betwist dat er geen besluiten zijn genomen die betrekking hebben op werknemers aanstelling of rechtspositie; er is geen herplaatsingsbesluit genomen, noch een aanwijzing gegeven. Evenmin heeft werknemer om een dergelijk besluit verzocht. Nu de wijziging van de werkzaamheden binnen de functie van vakspecialist E is gebleven, is er geen sprake van een wijziging van de bedongen arbeid. Het Uwv heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat er alsdan voor appellant geen (nieuwe) verplichting tot het doorbetalen van de bezoldiging op grond van artikel 76a, van de ZW , is ontstaan, nu werknemer al gedurende een ononderbroken periode van 104 weken in aanmerking was gebracht voor een doorbetaling van (een percentage van minstens 70%) zijn bezoldiging. Tevens heeft het Uwv voor dat geval erkend dat er geen grond is om de per 11 januari 2011 toegekende WIA-uitkering te verrekenen met de door appellant doorbetaalde bezoldiging. Evenmin had werknemer volgens het Uwv op grond van artikel 29b, van de ZW recht op ziekengeld omdat hij werkzaam was in eigen of passende arbeid. Tenslotte rustte er volgens het Uwv in dat geval ook geen plicht tot doorbetaling van de bezoldiging op appellant op grond van artikel 7:3 van de CAR /LAR. Gelet op het voorgaande is het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het recht op ziekengeld juist, zij het op verkeerde gronden. De aangevallen uitspraak 12/2326 inzake de ZW-uitkering komt daarom, met verbetering van gronden, voor bevestiging in aanmerking.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug